het proces
Speltherapie richt zich op innerlijke groei en zelfinzicht: ze vormen de basis van het veranderingsproces. Sommige problemen lenen zich ervoor meer vraaggestuurd te worden aangepakt. Dit ligt ook aan de leeftijd en de aard van het kind. Ieder therapieproces zal daarom weer anders verlopen. Toch is er wel iets algemeens over te zeggen en volgt het proces in grote lijnen de volgende fasen.
Beginfase
In de eerste sessies laat het kind in het spel hier en daar flarden zien van zijn of haar problemen.
Het gedrag van het kind kan heftig, ontoelaatbaar, eisend of juist te volgzaam zijn. Soms heeft een kind het contact met zichzelf verloren en wordt totaal beheerst door onvrede. Het kan zich vijandelijk uiten naar alles en iedereen, zelfs naar zichzelf. Het maakt dan geen verbinding met de situatie of de persoon die het probleem heeft uitgelokt.
Hoe meer het kind er zeker van is dat het geaccepteerd en gerespecteerd wordt in de spelkamer, hoe beter het in staat is angst en boosheid te richten op mensen en dingen buiten zichzelf. In het spel reageert het zich af en soms test het kind de therapeut uit. Ook gebeurt het wel eens dat kinderen thuis en op school doorschieten in ander gedrag dat niet past. Het is een noodzakelijke , maar kortdurende fase. Het gedrag komt weer in evenwicht.
Middenfase
In de middenfase ontwikkelen de spelthema's zich; al spelend brengt het kind gevoelens en gedachten steeds diepgaander en duidelijker tot uitdrukking. Binnen het spel deelt het kind met de therapeut wat er in hem of haar omgaat en ervaart vertrouwen en begrip; het verwerkt gevoelens en gebeurtenissen. De weg raakt vrij en het kind gaat op zoek naar oplossingen en ontknopingen via het spel.
In deze fase worden er in sommige delen van het leven van het kind al verbeteringen gerapporteerd . Het kind wordt innerlijk sterker, maar kan nog wel heen en weer geslingerd worden in zijn of haar emoties.
Eindfase
In de laatste fase wordt het spel minder beladen, het laat ontknopingen en constructieve oplossingen zien. Positieve gevoelens rijsen sterker op en het kind gedraagt zich in het dagelijks leven meer realistisch; het ziet mensen zoals ze zijn, accepteert eigen tekortkomingen en kan beter omgaan met tegenslagen.
De relatie tussen therapeut en kind wordt meer passend bij de leeftijd; ze praten over gevoelens, belevingen en ervaringen uit het begin van de therapie. De acceptatie en het respect van de speltherapeut draagt het kind nu met zich mee als zelfacceptatie en zelfrespect. Hierdoor kan het meestal goede keuzes maken, verantwoordelijkheid nemen, eigen gevoelens waarnemen en erop reageren.


